VASTGOEDNIEUWS

Vlaams Woninghuurdecreet: huurwaarborgregeling in laatste rechte lijn

De verhoging van het maximale bedrag van de huurwaarborg tot drie maanden huur is één van de cruciale ingrepen binnen het nieuw Vlaams Woninghuurdecreet om het evenwicht tussen huurders en verhuurders te herstellen. Omdat het samenstellen van de huurwaarborg voor financiële zwakkere huishoudens een zware last kan betekenen, heeft de Vlaamse regering een stelsel van huurwaarborgleningen uitgewerkt. Afgelopen vrijdag werd het ontwerp van BVR rond de huurwaarborglening voor de tweede maal principieel goedgekeurd. Het besluit ligt nu voor advies voor bij de Raad van State.

Via de huurwaarborglening wil de Vlaamse overheid huishoudens, die moeite hebben met het financieren van de waarborg, ondersteunen. Meer bepaald wordt het bedrag van de waarborg voorgeschoten, waarna huurders vervolgens via maandelijkse afbetalingen de (renteloze) lening kunnen terugbetalen.

Voorwaarden

Om voor de huurwaarborglening in aanmerking te komen moet de kandidaat-huurder aan een aantal voorwaarden voldoen:
De (kandidaat-)huurder moet ingeschreven zijn in een bevolkingsregister, op een daadwerkelijk adres of een referentieadres.
Het inkomen van de huurder mag niet hoger liggen dan €28.167 voor een alleenstaande persoon, zonder personen ten laste, of €42.247, verhoogd met €2.630 per persoon ten laste, voor anderen (koppels en alleenstaanden met personen ten laste).
De kandidaat-huurder mag geen woning of bouwgrond geheel of gedeeltelijk in volle eigendom of in erfpacht, opstal of vruchtgebruik hebben, met uitzondering van wanneer hij of zij dit kosteloos heeft verworven (inzonderheid via erfenis).
De huurder mag niet geregistreerd zijn in de Centrale voor krediet aan particulieren met een betalingsachterstand. De huurder mag dus geen achterstallen hebben op andere leningen.
De huurder moet ofwel reeds een woninghuurovereenkomst ondertekend hebben, ofwel een ontwerp van woninghuurovereenkomst kunnen voorleggen.
Niet-wettelijke huurwaarborgvormen komen niet in aanmerking (vb. huurwaarborg in cash, waarborg van 4 maanden op een geblokkeerde rekening,…).
Sociale huurwoningen zijn uitgesloten uit het toepassingsgebied, met uitzondering van woningen die verhuurd worden via een sociaal verhuurkantoor.
Daarnaast zijn er nog enkele uitsluitingsgronden:
De (kandidaat-)huurder kan geen huurwaarborglening verkrijgen, indien er al twee huurwaarborgleningen lopende zijn. Men kan dus meer dan één huurwaarborglening lopende hebben, maar wel met een maximum van twee.
De (kandidaat-)huurder mag niet reeds een betalingsachterstand hebben in het kader van een eerder verleende huurwaarborglening.
Indien een procedure lopende is over een vorige huurwaarborglening, en deze nog niet afgerond is, kan de huurder ook geen beroep doen op een nieuwe huurwaarborglening.
Duurtijd
Men kan zowel een huurwaarborglening aanvragen voor een negenjarig als voor een kortlopend huurcontract. Beantwoordt de (kandidaat-)huurder aan deze voorwaarden, dan kan hij of zij een huurwaarborglening aanvragen bij het Vlaams Woningfonds.
Belangrijk: de huurwaarborglening kan niet worden toegepast voor een huurwaarborg die wordt gevestigd via een zakelijke zekerheidsstelling bij een financiële instelling (zoals de Korfine-verzekeringsbon). De huurder moet immers bij zijn aanvraagformulier het bewijs voegen dat hij een geïndividualiseerde rekening heeft geopend bij een financiële instelling op zijn naam.
Grootte van het bedrag
De grootte van het bedrag dat men via de huurwaarborglening kan verkrijgen, is gelimiteerd op twee manieren:
Logischerwijs kan de huurwaarborglening het bedrag van de contractueel vastgelegde huurwaarborg niet overschrijden.
Daarnaast mag de huurwaarborglening maximaal 1.800€ bedragen. Dat bedrag wordt wel verhoogd met 10% in de centrumsteden, het grootstedelijk gebied rond Gent en Antwerpen en de gemeenten van de Vlaamse Rand rond Brussel. Ook wordt het maximumbedrag verhoogd met 12,5% per persoon ten laste (met een maximum van 50%).
Als de huurwaarborglening wordt toegekend, is de huurder verplicht om zich binnen een termijn van drie maanden na het ingaan van de huurovereenkomst te domiciliëren in de huurwoning. Het bedrag van de huurwaarborglening wordt rechtstreeks gestort op de geïndividualiseerde rekening.
Terugbetaling
De huurder moet de huurwaarborg steeds binnen een termijn van 24 maanden terugbetalen. Die termijn geldt ook als de duur van het huurcontract korter is. De terugbetalingstermijn is dus niet gekoppeld aan de duur van het huurcontract.
Omwille van bijzondere omstandigheden, kan de terugbetalingstermijn van 24 maanden eventueel verlengd worden met 6 maanden, net zoals het Vlaams Woningfonds in uitzonderlijke gevallen een uitstel van betaling kan toestaan. Dit wordt geval per geval beoordeeld.
Het besluit rond de huurwaarborgregeling ligt nu voor advies bij de Raad van State, waarna de Vlaamse regering het definitief kan goedkeuren.

(Bron: ‘Besluit van de Vlaamse Regering van 19 oktober 2018 tot instelling van een huurwaarborglening’.)